Opener Mobbin in DC zet meteen de toon. Als een regenachtig film noir, tegelijkertijd sexy maar vol gevaar. Het is typerend voor het werk van Ari Lennox, die al even in de hoek van J. Cole’s Dreamville bivakkeert. Ze combineert de zwoele tonen van neosoul met de koele kwinkslag en menselijke breekbaarheid die het werk van een Erykah Badu ook altijd tot een geweldige tour de force maakte. Aan jazzy tonen geen gebrek op Vacancy. Knipoogjes naar het rijke verleden van r&b alom, zoals de shoo bop shoo wops op de Under The Moon, waarop ze zelf heerlijk huilt als een wolf naar de maan. Hedendaagser klinken de poppy uitstapjes zoals Twin Flame, trapsoul die niet zou misstaan op de nieuwe Bryson Tiller of Justin Bieber. Ook Jamaica doet ze even aan, als Buju Banton even om de hoek komt kijken. Op de laatste twee nummers keert ze weer terug naar de door oude Motown en Stax doordrenkte soul. Vacancy is daarmee het meest veelzijdige maar ook complete album uit haar oeuvre. Verplichte kost voor de fans; perfect instap materiaal voor de verse ontdekkers. (Stef Mul)