jam rock | bluesrock | roots
The Black Keys hebben dit decennium een opmerkelijke productiviteit, met dit vijfde album in de 20’s. Grofweg zijn hun albums inmiddels in twee categorieën te verdelen, uitgewerkte studio albums, waarin samenwerkingen centraal staan en het experiment niet geschuwd wordt, en daarnaast harde bluesrock, met een vaste kern musici. Na hun vorige album No Rain, No Flowers, zeker horend tot die eerste groep, werd Dan Auerbach geconfronteerd met een aan slokdarm kanker ten ondergaande vader, voor wie hij ook de mantelzorger werd. Dat speelde en zong hij van zich in jamsessies met mede-Key Patrick Carney en hun vaste begeleiders, daarbij onder andere R.L.Burnside gitarist Kenny Brown. Die sessies leverde Peaches! op, na Delta Kream hun tweede cover-LP, en zeker horend tot bovenstaande tweede categorie. Nummers van Burnside en Junior Kimbrough zijn natuurlijk in goede handen, dit keer ook nummers van Earl Hooker (You Got To Lose, bekend van George Thorogood), Arthur Crudup en zowaar een Britse bijdrage van Wilko Johnson, het gitaarbeest van Dr. Feelgood. The Black Keys’ beroemde DJ sets, vol met obscure singletjes, leverde When There’s Smoke, There’s Fire van de mysterieuze Willie Griffin & Company. Peaches! laat The Black Keys horen waar ze goed in zijn, zonder nieuwe wegen te bewandelen, en dat is altijd een lust voor het oor. (Jurgen Vreugdenhil)
The Black Keys zetten hun productieve periode voort met Peaches!, hun zesde studioalbum sinds 2019. De plaat ontstond begin 2025 tijdens een spontane jamsessie, kort nadat de vader van zanger Dan Auerbach een kankerdiagnose kreeg. Het duo zocht de studio op om de versterkers open te draaien en de spanning van zich af te spelen. Dit resulteerde in een verzameling van tien nummers die Auerbach omschrijft als hun meest natuurlijke werk sinds hun debuut.
De invloeden variëren van blues-iconen als Junior Kimbrough en R.L. Burnside tot Britse pubrockers Dr. Feelgood en de Amerikaanse bluesrock van George Thorogood. Alles is live opgenomen in één ruimte, veelal in één of twee takes en met minimale overdubs. Voor het eerst sinds Magic Potion (2006) verzorgde de band zelf de volledige mix.