Suicide, waanzinnig coole bandnaam en wat een band! Zou tegenwoordig niet snel gekozen worden als bandnaam, althans vergezeld gaan met 'n verwijzing naar 't 113-nummer. Confronterend was de naam in het oprichtingsjaar 1970 ook al. De naam verwees naar een strip getiteld "Satan Suicide" en stond symbool voor de hectische, kritische tijd en omgeving waarin de twee oprichters – vocalist Boruch Alan "Vega" Bermowitz en toetsenist Martin "Rev" Reverby - toen leefden. (New York's deplorabele economische toestand, plus de Vietnamoorlog; ideale bodem voor de opkomst van revolutionaire muziek, waaronder punk). De band was naar eigen zeggen geïnspireerd door een optreden van Iggy Pop's Stooges (1969). Rev en Vega zogen de invloeden uit de fifties, sixties (Velvet Underground, Silver Apples en andere garagerock klassiekers) op, haalden die vervolgens door een Vox Continental (Farfisa-orgel), een echobox en een oersimpele drumcomputer om een onheilige soep van luidschurende elektronische texturen te produceren. Alsof dat nog niet provocerend genoeg was, werd dat gecombineerd met 'n confronterende zanger bezeten door een mix van Elvis en Iggy Pop (en veel meer). Synthpunk was geboren, of in hun eigen woorden: ‘Punk, funk en rioolmuziek van Suicide.’
Het titelloze debuutalbum (1977), een wild originele mix van sinistere sfeer, brute intensiteit, pulserende elektronica, vervormde doo-wop en huilende zang, werd relatief goed ontvangen door de Europese pers, maar de band bleef ogenschijnlijk obscuur en onbekend en vormde een woedende, spottende tegenpool van de conventionele, op gitaargebaseerde ‘plastic punks die dachten dat punkrock alleen maar bestond uit gitaren, veiligheidsspelden en vuilniszakken.’
Nu wordt Suicide gezien als grondlegger van no wave die elementen van punk, postpunk, disco met elkaar verbonden, gelardeerd met een zekere, bepaalde attitude. Je hoort zelfs de wortels van new wave, industrial en techno. Echt hun tijd ver vooruit. (Tekst: Paul Maas, Mania Magazine)