Het verhaal van HET en de hit Ik heb geen zin om op te staan
Fan van het eerste uur Henk van der Sluis schreef een prachtig geïllustreerde biografie van de Amsterdamse ‘pop-art’ band HET. Zoals de boektitel al aangeeft is de groep voor altijd verbonden met hun eerste singeltje Ik heb geen zin om op te staan, tevens hun enige grote hit (in december 1965 nummer 9 in Veronica’s Top 40). Een publiciteitsstunt met de bandleden in een ledikant op de Dam leidde tot verkeerschaos, maar ook veel aandacht voor de single! Het liedje is later veel gecoverd, onder andere door Neerlands Hoop, Henny Vrienten en Spinvis, en maakt zodoende deel uit van het collectieve nederpop geheugen. Grote man achter de band en componist van Ik heb geen zin was Bob Bouber (1935-2019), die ook ZZ en de Maskers bedacht. HET kende tussen 1965 en 1968 vier opeenvolgende formaties, die in totaal vijf singles en een ep maakten. Van der Sluis zocht daar werkelijk alles over uit en verwerkte dat in dit leuke boek.
(Peter Sijnke)
Zestig jaar geleden trok popart-groep HET de aandacht op een bed tussen het verkeer op de Dam. Die geruchtmakende stunt was bedacht ter promotie van het lied ‘Ik heb geen zin om op te staan’, inmiddels erkend als een meesterwerkje uit de Nederlandstalige popmuziek. De single stond in 1965 en ‘66 wekenlang in de Veronica Top-40 en wordt nu in het najaar opnieuw uitgebracht. Mede door uitvoeringen van Neerlands Hoop, Henk Westbroek & Skik, Ellen ten Damme, Hennie Vrienten en Spinvis heeft het lied anno 2025 een cultstatus. Over HET en de hit verschijnt in november een boek van circa 300 pagina’s met alle bijzondere ins & outs en veel unieke foto’s uit privécollecties. Uitgebreid aan het woord komt onder anderen Bob Bouber, die in zijn laatste interview onder meer vertelt onder welke omstandigheden hij het lied heeft bedacht, waarom het op naam staat van zijn toenmalige vrouw en wie de actie op de Dam heeft verzonnen. Het boek behandelt een belangrijk verhaal uit de Nederlandse pophistorie. Bob Bouber: ,,De jongens zelf geloofden er niet in dat het lied een succes zou worden, maar het wordt nog steeds meegezongen. ‘Ik heb geen zin om op te staan’ heeft mij zelf een zekere erkenning, een bepaalde status gegeven.’’
Bespreking Rik Zaal
Wanneer ik in 1988 in mijn Volkskrant-column Rock & Roll Ik heb geen zin om op te staan van HET ‘misschien wel de beste popsong uit de Nederlandse cultuur’ noem, meen ik dat niet alleen, er lijkt mij geen twijfel mogelijk. Ik had nu waarschijnlijk ‘misschien wel het beste liedje uit de Nederlandse popcultuur van de jaren zestig’ geschreven, maar feit blijft dat ik geen ander Nederlandstalig liedje ken dat zo goed de sfeer van die jaren weergeeft, terwijl het tegelijkertijd afwijkt van de andere liedjes uit die tijd. En je moet maar durven: een lullige hi-hat met een harde gitaarriff eroverheen en dan een uiterst beschaafd articulerende zanger die met een ij en een lange a zoals je tegenwoordig alleen nog bij Sigrid Kaag hoort ‘het is weer tijd om op te staan’ zingt, of zegt, of zoiets, waarna hij verder gaat met ‘maar ik heb geen zin’, en een rommelig koortje van verre mannen dan ‘hij heeft geen zin’ doet, waarna de zanger vervolgt met ‘om naar mijn baas te gaan’. Om de sfeer van een treurige, slaperige adolescentenkamer te vervolmaken zingt de zanger ‘met m’n blote voeten op het kouwe zeil’, waarna het koortje de sfeer definitief neerzet: ‘met z’n grote blote voeten op het kouwe zeil’. Er volgt nog meer, maar de meeste tijdgenoten die ik ken, en die het nummer ook tot het beste van die jaren vinden behoren, weten, net als ik, de rest van de tekst niet goed meer. Wel vaak de merkwaardige in dubbeltempo gespeelde solo voor twee gitaren, bas en drums, die je onder de prepunk zou kunnen scharen.
Wat is nou zo goed aan dat nummer? De tekst natuurlijk, die een soort dada-achtige kwaliteit heeft, maar ook de minimale instrumentatie, waarin bovendien enige eerder onhandige dan spannende pauzes zitten. En vooral: het lijkt alsof het allemaal is opgenomen op die kamer met dat kouwe zeil van die jongen die geen zin heeft om op te staan. Met één microfoon, of liever met helemaal geen microfoon, hoewel dat niet goed mogelijk is. Het is al met al punk avant la lettre, pop & poetry en arbeiders-dada in één. Bijna geniaal.