Redbridge, Oost-Londen. Daar ontstond in het hoofd van kunstacademiestudent Paul Brixtone, zoon van freejazzlegende Ornette Brixtone, deze wervelende fusie tussen beeld en geluid. Brixtone wordt gecompleteerd door zijn klassiek geschoolde halfbroer Pete, componist in de wereld van orkestraal minimalisme, geobsedeerd door analoge synthesizers en sonische architectuur.
Muzikaal snijdt alles vervaarlijk scherp hout. De sound is warm, jazzy of dansbaar. Het gehele electro-rock-post-punk-jazz-gevaarte bezit, als eerbetoon, in een vijftal tracks een Bowie-vibe met hedendaagse twist. Zelfs de saxofoon klinkt soms als die van Donny McCaslin ten tijde van Black Star. Ook Low, Earthling en de periode Tin Machine hebben inspirerend gewerkt. De halfbroers kopieerden hem niet, maar omarmden wel diens mentaliteit en diversiteit. Dat zag ook John Maggiore in, de Bowie-expert die vanuit New York YouTube-video’s post op het platform Maggiore on Bowie.
De zeventien tracks op deze dubbelaar beginnen elektronisch en zijn dansbaar dankzij elementen uit de drum & bass, maar neigen in de tragere, warmere stukken naar het einde toe steeds meer naar de sfeer en donkerte die Brian Eno als producer in de Berlijn-periode bezat. De wat lichtere tracks op het eerste album zijn geperst op wit vinyl, de tweede plaat is zwart. Brixtone balanceert tussen magie, mystiek en (aanstaand) sterrendom in een wereld waarin fictie en werkelijkheid amper nog van elkaar te onderscheiden zijn. Want wie of wat is Brixtone nu eigenlijk echt?