Recensie
Regie: Matthew Vaugh
Hollywood is de inspiratie om geestverheffende cinema te creëren kwijt. Als laatste slag om de arm hebben zij nog de mogelijkheid tot het eindeloos uitmelken van remakes (The A-Team, The Karate Kid, Conan, etc.) en het verfilmen van elk mogelijk stripboek dat ooit in de schappen heeft gelegen. In de laatste categorie slaan de producenten vaak de plank der originaliteit mis; Spiderman, X-Men en Iron Man zijn vermakelijk, maar zeker niet meer dan popcornvermaak. Uitzonderingen daargelaten (The Dark Knight, Watchmen, Ghost World) bulkt het 'comicbook' filmgenre niet van het nodige intellect danwel zelfspot om een lang leven beschoren te zijn. Het luchtige doch ultra-gewelddadige Kick-Ass, van regisseur Matthew Vaugh (Layer Cake), is zeker geen intellectuele cinema, maar wel ironisch en onconventioneel genoeg om het stramien van veel van zijn voorgangers te overstijgen. Dit komt mede door de manier waarop Vaugh meerdere genres met elkaar mengt tot een potpourri van kleurrijk Kill Bill-achtig geweld en coming-of-age komedie, ondersteund door prima acteerwerk van een Adam West imiterende Nicolas Cage, de wederom hilarische Christopher 'McLovin' Mintz-Plasse (Superbad) en het grootste kleine talent wat de Amerikaanse acteerwereld momenteel rijk is: de brutale Chloe Moretz (binnenkort te zien in de Amerikaans remake van Let The Right One In) als de meedogenloze Hitgirl.
Wat maakt Kick-Ass zo uniek? Het simpele gegeven dat we hier niet te maken hebben met personen gezegend met bovenmenselijke krachten. De superhelden in Kick-Ass zijn doorsnee mensen in strakke leggings die hun medemens willen helpen. Een frisse wind door een uitgewoond genre.
Hollywood is de inspiratie om geestverheffende cinema te creëren kwijt. Als laatste slag om de arm hebben zij nog de mogelijkheid tot het eindeloos uitmelken van remakes (The A-Team, The Karate Kid, Conan, etc.) en het verfilmen van elk mogelijk stripboek dat ooit in de schappen heeft gelegen. In de laatste categorie slaan de producenten vaak de plank der originaliteit mis; Spiderman, X-Men en Iron Man zijn vermakelijk, maar zeker niet meer dan popcornvermaak. Uitzonderingen daargelaten (The Dark Knight, Watchmen, Ghost World) bulkt het 'comicbook' filmgenre niet van het nodige intellect danwel zelfspot om een lang leven beschoren te zijn. Het luchtige doch ultra-gewelddadige Kick-Ass, van regisseur Matthew Vaugh (Layer Cake), is zeker geen intellectuele cinema, maar wel ironisch en onconventioneel genoeg om het stramien van veel van zijn voorgangers te overstijgen. Dit komt mede door de manier waarop Vaugh meerdere genres met elkaar mengt tot een potpourri van kleurrijk Kill Bill-achtig geweld en coming-of-age komedie, ondersteund door prima acteerwerk van een Adam West imiterende Nicolas Cage, de wederom hilarische Christopher 'McLovin' Mintz-Plasse (Superbad) en het grootste kleine talent wat de Amerikaanse acteerwereld momenteel rijk is: de brutale Chloe Moretz (binnenkort te zien in de Amerikaans remake van Let The Right One In) als de meedogenloze Hitgirl.
Wat maakt Kick-Ass zo uniek? Het simpele gegeven dat we hier niet te maken hebben met personen gezegend met bovenmenselijke krachten. De superhelden in Kick-Ass zijn doorsnee mensen in strakke leggings die hun medemens willen helpen. Een frisse wind door een uitgewoond genre.
